strosakapellr
Blakbeneden1

St. Rosa comité Sittard

verloopboven1

Rosa heette oorspronkelijk Isabel en wordt in Lima (Peru) geboren als dochter van een Spaans echtpaar (1586). Ze groeit op in een arm gezin met dertien kinderen. Op twintigjarige leeftijd wordt zij naar haar grote voorbeeld Catharina van Siena lid van de Derde Orde van de Dominicanen. Voortaan noemt ze zich 'Rosa de Santa Maria'. Ze draagt - als leek - een kloosterkleed en leidt in haar huis een sober leven in gebed en vasten. Ze raakt bevriend met Martinus van Porres. (We hebben vorig jaar zijn leven beschreven). Om niet langer de beschimpingen en smaad van haar huisgenoten te moeten verduren, brengt ze haar laatste levensjaren door in het huis van een vriendin. Als Rosa ziek wordt, kunnende artsen haar niet helpen. Een voor een raken haar ledematen verlamd. Na een pijnlijke lijdensweg sterft ze in 1617.

Isabel wordt 'Rosa' genoemd wegens de bloemen die zij verkoopt voor de armen. Zoals Franciscus van Assisi is ze zeer verbonden met de natuur en staat ze open voor de schoonheid van de schepping. Paus Clemens X noemt haar - in 1671 - "De eerste bloem van de heiligheid in de Nieuwe Wereld". Volgens andere bronnen stamt deze 'troetelnaam' van een Indio-vrouw die voor haar ouders werkt en hiermee Rosa's mooie gezicht accentueert. Isabel vindt deze naam echter te werelds en te veel op zichzelf gericht voor een kloosternaam en daarom kiest ze voor 'Rosa de Santa Maria', met een duidelijke verwijzing naar de moeder van de Schepper. Interessant is de tekst die in 1986 werd geschreven door JOZEF RATZINGER (de latere BENEDICTUS XVI) en hij ziet de betekenis van haar naam als volgt: 
De roos geldt als de koningin van de bloemen en daarmee als zuivere belichaming van de schoonheid van Gods schepping. De roos spreekt niet alleen onze ogen aan, maar schept met haar geur ook een nieuwe atmosfeer rondom ons. Ze spreekt al onze zintuigen aan, ontvoert ons als het ware uit de wereld van het alledaagse in een betere, hogere wereld. Ze laat ons vrolijk worden, omdat ze ons door her schone ook het goede laat voelen.

Omdat de stad Lima geen klooster heeft, kan Rosa haar droom van een contemplatief kloosterleven niet waarmaken. Ze blijft in haar ouderlijk huis en helpt haar arme ouders met handarbeid, de verkoop van geweven en gebreide artikelen en bloemen op de markt. Overdag werkt ze aan de weefstoel of in de tuin, of ze studeert en neemt tijd voor contemplatie. Bovendien ontfermt ze zich over arme zieken, die ze opvangt in een hut in de tuin. Later helpt een rijke vriendin haar bij de bouw van een dominicanessenklooster in Lima. Dit klooster wil ze aan haar lievelingsheilige, Catharina van Siena, toewijden en openstellen voor vrouwen van alle lagen: blanken, zwarten, indianen. Zes jaar na Rosa's dood wordt haar droom werkelijkheid. Ook haar moeder treedt hier na de dood van haar man in. Het klooster bestaat tot op vandaag nog. Er is geen andere ladder om naar de hemel op te stijgen dan het kruis.

Deze gedachte is mede ondersteund door het leven van de H. Rosa. Met haar geestelijke en boetvaardige leven is Rosa de tegenpool van de destijds vermogende gemeenschap van Lima. Ze bidt, werkt, vast en pijnigt zichzelf. Ze draagt een ketting rond het lichaam, verbrandt haar huid, draagt een ijzeren, met rozen omwikkelde doornenkroon en slaapt op twee planken. Opvallend zijn haar lijdzaamheid en ongevoeligheid voor lichamelijke pijnen. Haar lijdensmystiek is geen teken van zelfkwellerij, maar van solidariteit met alle armen en lijdenden. Ze lijdt plaatsvervangend voor de hele mensheid en wil hiermee de zonden van de anderen op zich nemen. Zoals Johannes van het Kruis beleeft ze de 'donkere nachten' van het door-God-verlaten-zijn, maar ook de uren van Gods nabijheid, als ze bijvoorbeeld van haar bezoek aan de armen en zieken terugkeert in haar hut.

Als eerste Zuid-Amerikaanse heilige van de kerkgeschiedenis is Rosa van Lima de personifiëring van de Latijns-Amerikaanse kerk: ingebed in lijden, zonder grote hulpmiddelen en macht, maar door de innerlijke gloed van Jezus' nabijheid gegrepen. De anonieme Indio-vrouw (en met haar het hele volk) wordt door de naam 'Rosa' met de heilige verbonden. De heiligheid van de vrouw, die haar

Meer over St.-Rosa van Lima

geboorteplaats nooit verlaten heeft, ligt niet in grootse handelingen, reizen of preken, maar in haar "zijn". Vrij van grenzen en bindingen wil ze met haar universele spreken en denken door de 'straten van de wereld' gaan en met haar uiterlijke en innerlijke schoonheid een roos in veelvoud zijn. Als wij dit jaar zeggen: één zijn met St.-Rosa …. (dat is immers het thema), dan moeten we ons afvragen of u en ik wel eens voor een ander "lijdt"? Meestal horen we het tegenovergestelde: ze hebben me dat of dat aangedaan…. en dus eis ik nu genoegdoening, smartengeld enz . Voor een ander iets over hebben, voor een ander het leed op je nemen of deels overnemen. Dat is een spiritualiteit die veel mensen afwijzen. een zijn met St.-Rosa? Deze "Bloemenkoningin" daagt u en mij uit. Met die uitdaging nodig ik U uit om met ons de Kollenberg op te gaan: in processie naar de St.-Rosakapel. Ik wil U bovenstaande gedeelte uit haar levensbeschrijving niet onthouden. Een mooi St.-Rosafeest u allen toegewenst.

Deken W. van Rens

Rosadelima
m1